17 Zambia

19 september – 29 september 2007
Terug in het echte Afrika

Grensperikelen

Deze grens is weer echt een grens zoals we gewend zijn. Veel grote boeken invullen, allerlei onduidelijke belastingen betalen, veel zoeken en lang wachten. In dit Zambia ben je wel in het nadeel met een vrachtwagen want buitenlandse vrachtwagens moeten namelijk een flinke wegenbelasting betalen. Uiteraard is dit bedoeld voor alle grote vrachtwagens die transit van de Zuid Afrikaanse havensteden naar Congo DRC rijden maar ze willen ook graag dat wij met ons kleine 9-tons truckje hier aan meedoen. Het kost wat tijd en gezeur maar uiteindelijk zeggen we dat we alleen maar naar Livingstone rijden en hoeven daarom maar één coupon van tien US dollars te betalen, zeg maar belasting voor 120km. Verder moesten we nog een flinke milieubelasting betalen, twee visa kopen, een WA-verzekering, een onduidelijke wegbelasting en een verplichte bijdrage aan de lokale community. Al met al de meest bureaucratische grensovergang tot dusver. Na de grens rijden we de brug over Sesheke, Zambia in.

Terug in het echte Afrika

Het straatbeeld is weer echt Afrikaans. Veel mensen en vee op straat, kleine winkeltjes, rommelige dorpjes, telefoonkaartverkopers, jengelende muziek, mais-stampende vrouwen, etc. Op de digitale kaart hadden we gezien dat er een binnendoor track loopt naar het zuiden van het Kafue NP. We hebben nog steeds vertrouwen in deze kaarten en sturen vol goede moed na iets van vijftig kilometer goede asfaltweg linksaf een gravelpiste op. De eerste tien kilometer gaan voorspoedig maar dan verandert de weg in een mulle zandpiste. Gelukkig is het spoor wel vrij breed en kunnen we zonder veel moeite doorrijden. Aan het eind van de middag bereiken we Malabwe en volgen een spoor naar het zuidwesten dat volgens onze kaart naar Kafue moet leiden. Het spoor wordt al snel steeds smaller en onbegaanbaarder en na iets van 10 kilometer komen we bij een paar huizen aan en vragen naar de weg.  Nee, deze weg bestaat niet meer, jullie moeten echt terug. Volgens deze mensen is er een andere weg vanaf Mulobezi. We rijden naar Mulobezi. Als we aankomen is het al bijna donker. We informeren mensen naar de weg maar niemand weet het. Eén iemand weet van een weg vanaf het volgende dorp. Hoe ver is dat dorp dan vragen we? Hij heeft geen idee maar weet wel dat het vijf uur lopen is. Net buiten het dorp parkeren we in een veldje en brengen hier een rustige nacht door die alleen één keer verstoord wordt als er een met mensen volgeladen ossenkar langsrijdt. De nachtbus??

Spannende route zonder kaart

De volgende ochtend rijden we terug naar Mulobezi om opnieuw de weg te gaan zoeken. We maken nog wat foto’s van een verlaten spoorwegemplacement waarvandaan vroeger stoomtreinen met hout richting Livingstone reden en vanaf daar waarschijnlijk verder naar Rhodesië en Zuid-Afrika. Er staan nog diverse stoomlocomotieven en wagons, werkplaatsen, draaischijven, etc. Na wat verdere navraag weet iemand ons uiteindelijk de weg te vertellen. We moeten een pad langs de oude spoorlijn volgen en dan na een kilometer of twintig afbuigen naar het noorden. Na wat verplichte formele praatjes bij de politie en de schoolmeester (de weg loopt namelijk over het schoolterrein) kunnen we eindelijk verder. De weg is hier nog redelijk maar als we later afgebogen zijn op de weg naar het noorden wordt het steeds smaller en ook lager. We moeten heel wat struiken en boompjes opzij duwen. Op een gegeven moment zie ik één zware tak over het hoofd en reageer net te laat. Met een grote dreun rijden we tegen de tak die vervolgens het glas van één van de zonnepanelen verbrijzeld.  Shit, die doet het niet meer. We plakken er tijdelijk wat Ducktape op en vervolgen de route. Als we bij het Nationaal Park Kafue aankomen, blijkt er hier geen gate te zijn. We rijden dus illegaal het park binnen. Kafue is het grootste nationale Park van Afrika, zeg maar zo groot als heel België. Het is ook één van de meest ontoegankelijke parken en in het zuidelijk deel waar we nu aangekomen zijn is het lastig om dieren te spotten. Door de overvloedige regen van vorig jaar is er overal nog genoeg water en zijn de dieren verspreid en dus moeilijker op te sporen. Door diezelfde regen en jarenlang geen onderhoud is de enige weg aan deze kant van het park ook een drama. Langzaam hobbelen we door het park en zien eigenlijk nauwelijks dieren. Net tegen de avond bereiken we de enige camping in het zuidelijke deel van het park, het Nanzhilla Restcamp. Het blijkt een privé kamp te zijn waar we hartelijk worden ontvangen. We zijn de enige gasten, het seizoen is hier bijna ten einde. Er wordt onmiddellijk een groot vuur aangestoken waarop water wordt opgewarmd voor een heerlijke emmerdouche. We barbecueën ons laatste vlees uit Namibië en met een paar ijskoude biertjes en flesjes limonade hebben we een verwenavond.

Dwars door het enorme Kafue

De volgende ochtend drinken we eerst nog een kop koffie bij de bijbehorende lodge. Het is een eenvoudige maar heel mooi opgezette lodge met een mooi uitzicht over een kleine drassige grasvlakte. De dichtstbijzijnde winkel is hier zes uur rijden vandaan! Na de koffie rijden we verder naar het noorden en zien langs deze kant toch best wel wat wild zoals wrattenzwijnen, allerlei hertachtigen, olifanten, etc. Ook zien we sporen van leeuwen maar we zien ze helaas niet. Het is een lange en vermoeiende rit en omdat het alweer laat is moeten we halverwege het park, bij Ngoma eruit om een kampeerplaats te zoeken. Hier moeten we alsnog onze parkfees betalen maar wel maar voor één dag. Vlak bij Itechi Techi aan het grote meer vinden we met wat geluk een perfecte kampeerplaats. Het is een terrein van de Zambiaanse afdeling van het wereldnatuurfonds waar wat chaletjes en een clubgebouw opstaan. Er zijn echter nu geen gasten. Ik laat mijn VISA credit kaart zien waar een WWF-symbooltje op staat en we worden meteen hartelijk ontvangen. We krijgen van de bewaker de sleutel van één van de chaletjes waar we kunnen douchen en mogen op een mooi grasveldje onze auto parkeren. We hoeven niets te betalen maar uiteraard geven we wel wat. ’s Avonds hebben we de eerste druppels regen sinds dat we in het noorden van Angola waren.

Nederlandse lodge in Zambia

De volgende dag kopen we in Itechi Techi een paar broden en rijden via alweer een hele slechte weg verder naar het noorden. Jacobine heeft al een tijdje last van een stijve nek en het wordt er op deze weg niet beter op. Gelukkig bereiken we na een paar uur rijden de M9 van Lusaka naar Mongu, die met steun van Denemarken een paar jaar geleden van een mooie asfaltlaag is voorzien. Dan is het nog maar een klein uurtje rijden naar de Mukambi Safari Lodge aan de grens van het noordelijke deel van het Kafue NP. We installeren ons op een mooi plekje aan de rivier. De lodge blijkt van een Nederlands stel te zijn dat hier al een paar jaar woont. Naast de bar liggen twee enorme wrattenzwijnen te slapen en er schijnt hier ook regelmatig een nijlpaard te liggen en een biertje te drinken. Rare jongens…! Het is een mooie lodge met een prachtig uitzicht over de Kafue rivier. Er is ook een klein zwembadje waar de kinderen meteen in duiken. We maken kennis met de eigenaresse Robyn en Lara, hun jongste dochter van. Ze hebben ook drie kinderen ongeveer in dezelfde leeftijd als de onze, echter de oudste twee zijn er momenteel niet omdat ze doordeweeks op een internaat in Lusaka zitten. Robyn vertelt ons over het leven in Zambia en hoe en waarom ze hier begonnen zijn. Er blijkt overigens ook afgelopen jaar een soort Nederlandse reality-tv serie gemaakt te zijn over hun leven hier op de lodge. Dankzij deze serie komen er nu heel veel Nederlanders op bezoek.(van Amstelveen naar Afrika,RTL4)

Schoolwerk en gamedrives

De volgende dagen doen we weer het nodige schoolwerk. Ondertussen lukt het mij om het zonnepaneel te repareren met siliconenkit en een stuk vensterglas dat ik van de lodge krijg. ’s Middags gaan de kinderen steeds zwemmen en als de zon onder gaat drinken we een biertje op het terras met uitzicht over de Kafue-rivier. We zien regelmatig nijlpaarden, een enkele krokodil maar vooral heel veel mooie vogels. Vlak naast de auto komen aan de rivier overdag af en toe bushbokjes drinken en ‘s nachts hebben we een keer een kleine kudde olifanten op bezoek. Ook ontmoeten we allerlei interessante, aardige maar ook vreemde mensen op de camping. De vreemdste zijn toch wel witte Zambianen die hier komen vissen en hun zwarte huispersoneel meenemen. Die maken hun tenten, auto’s, boten en vissen schoon, koken hun eten, wassen hun kleren, etc. Op en dag gaan we zelf het park in voor een gamedrive. We zoeken de Shishamba rivier op en rijden langs de oever op zoek naar luipaarden en cheeta’s. Die zien we helaas niet maar wel een enorme boze olifant die het op ons voorzien heeft. Het lukt ons om voor hem langs te passeren en als hij in de aanval gaat rijden we zo snel als het gaat weg. We hebben al deuken genoeg in de bak. Verder zien we voor het eerst deze reis een bushpig en een paar prachtige papegaaien. Onderweg gaat het nog wat regenen, maar het is niet genoeg om de overal voorkomende bosbrandjes te blussen. Volgens de mensen hier is het overigens nog veel te vroeg in het jaar voor de regen.

Rendez-vous in Lusaka

Na vier nachten beginnen onze voorraden aardig op te raken en wordt het tijd om weer richting bewoonde wereld te gaan. We nemen afscheid van alle Nederlanders hier en rijden naar Lusaka. Het is een flink stuk rijden maar wel over een prima weg. Bij het Manda Hill shoppingcentre halen we ons eerste Zambiaanse geld en gaan bij de Shoprite een winkelwagen tot de rand vullen. Ook kopen we postkaarten, postzegels en…softijs!!  Het blijft altijd tricky maar we zijn er niet ziek van geworden. Net voor het donker komen we aan bij de camping van Lusaka, Eureka genaamd. Als we aankomen, ziet Pieter meteen oude bekenden, Thomas en Claudia en Leon zijn hier met hun Hanomag! Net na oud en nieuw hebben we elkaar voor het laatst gezien in Senegal dus we hebben elkaar wel wat te vertellen. Het is een gezellige avond met veel biertjes en een braai. Ze hebben het uiterste van de auto en zichzelf moeten vergen om Namibië te bereiken en hebben heel wat profijt gehad van informatie die wij hun verstuurd hebben. Ze zijn nu hier in Lusaka op zoek naar werk en dat lijkt goed te gaan lukken. Op deze camping zien we voor het eerst de zogenaamde overlandtrucks af en aan rijden. Met ‘overland’ wordt tegenwoordig bedoeld dat ze over land bijvoorbeeld van Zuid Afrika, via Namibië en Botswana naar Zambia rijden. Want de tijd dat de overlandtrucks met jonge Europeanen, Aussies en Kiwi’s van Europa naar Zuid-Afrika reden met oude 4×4 MAN- en Bedford-truckjes met een huifje en houten banken achterop is definitief voorbij. Het zijn tegenwoordig moderne Mercedes- of Iveco trucks, alleen achterwiel aangedreven, met een carrosserie van een bus achterop, luxe stoelen, koelkasten en soms zelfs airco. Ze rijden van grote camping naar grote camping vanwaar de gasten in allerlei dagprogramma’s worden gestopt zoals bijvoorbeeld een safari met kleine auto’s. Maar de grootste verandering lijken toch wel de passagiers. Geen feestende, zuipende neo-hippies meer maar keurige Nederlanders, Duitsers, Italianen, etc. in nette safari-kledij die in drie of vier weken half Afrika rondrijden. Ze praten over hun reispakketten en upgrades en klagen (terecht denk ik) over de volle programma’s, lange reistijden en belabberde slaapplekken. We zullen ze wel nog veel meer gaan zien.

Op naar Zimbabwe

De tweede dag maken we nog kennis met Kai en Barbara uit Windhoek die met hun twee kinderen Batian en Lenana voor een jaar op reis zijn door Zuidelijk Afrika. Zij geven ook hun kinderen zelf les, vooral met behulp van de laptop. De kinderen willen met elkaar spelen en dus besluiten we nog maar een nachtje te blijven. Kai blijkt precies hetzelfde werk te doen als ik in Nederland dus hebben we elkaar heel wat te vertellen. Ook geven ze ons al hun landkaarten en heel veel tips over o.a. Mozambique en Zimbabwe waar zij net vandaan komen en dat hun heel goed bevallen is. We hebben wederom een heel gezellige avond tot in de vroege uurtjes. Met kleine oogjes en wat moeite staan we de volgende morgen op. Het is jammer dat we ieder in verschillende richtingen rijden anders hadden we nog best een paar dagen gezamenlijk op willen trekken. Maar Lusaka, vooral deze camping, hebben we nu echt wel gezien. We nemen afscheid van iedereen en vertrekken richting Zimbabwe. Het is een paar uur rijden naar Chirundu, de grensplaats aan de Zambezi. Bij de grens maken we ons laatste geld op aan brood en diesel want dat schijnt in Zimbabwe heel moeilijk verkrijgbaar te zijn. De Zambiaanse grens gaat verassend snel. Uiteindelijk hebben we bijna 1200km in Zambia gereden maar niemand heeft nooit meer naar de coupons voor de wegenbelasting gevraagd.
131