18 Zimbabwe

29 september t/m 10 oktober 2007
Safariparken in failliet land

Eindeloos veel loketjes

Nadat we de Zambezi zijn overgestoken komen we aan bij een groot en benauwd grenscomplex waar we langs eindeloos veel loketjes met harde valuta allerlei stempels en permits kopen. Het is de eerste grens in Afrika waar de immigratiedienst onze kinderen ook echt wil zien. Maar nog steeds is er nog nooit een douanebeambte in de auto komen kijken. Na dik een uur bureaucratie en iets van honderdveertig dollar armer willen we de grens over rijden. Maar dan klinkt er weer een fluitje uit één of ander hokje. We moeten nog roadtax-coupons kopen. Omdat we een vrachtwagen hebben moeten we tien US-dollar betalen per iets van tachtig kilometer af te leggen weg. Hier hebben we natuurlijk niet veel zin in. Een andere trucker geeft ons een goede tip. We laten onze wegenkaart zien en leggen de belastingman uit dat we alleen maar de ingang van Mana Pools (een nationaal park vlakbij) gaan, daar opgepikt worden door een lokale safari company, en na een paar dagen dezelfde weg terug naar Zambia gaan. We moeten ongeveer vijftien US-dollar betalen.

Manapools, een bijzonder park

Na een uurtje rijden, het begint al donker te worden bereiken we de ingang van Mana Pools. Het is al laat en we mogen bij het hoofdkantoor, iets verderop langs de weg, de auto parkeren en overnachten. De volgende dag rijden we Mana Pools in. Het is een vrij groot park en na ruim een uur rijden bereiken we de camping, prachtig gelegen aan de Zambezi met uitzicht op de bergen van Zambia. We moeten betalen met US-dollars en betalen met de huidige koers ruim het honderdvoudige vergeleken met Zimbabwaanse bezoekers. Die dollars zullen wel direct in de zakken van Mugabe verdwijnen want enige investering is hier al vijftien jaar niet geweest. Alles is vervallen. Het is één van de zeer weinige parken in Afrika waar de camping geen hekken heeft. En dat zullen we merken. Als we ons net geïnstalleerd hebben komt er een olifant aangewandeld die op een paar meter afstand Kasa passeert om in de rivier te gaan drinken.

De eerste keer is het wel even schrikken maar na een paar uur raken we er aan gewend. De kinderen doen hun schoolwerk, we barbecueën en ontbijten terwijl nijlpaarden, krokodillen, buffels, hyena’s, bavianen, olifanten, honingdassen, leguanen en ander ongedierte op enkele tientallen meters afstand langs ons lopen. Ook leeuwen schijnen hier regelmatig op bezoek te komen. We vinden het fantastisch en beleven enkele van onze mooiste dagen in Afrika.

Brood is een bijzonderheid

We maken kennis met onze buren, een Zimbabwaanse familie uit Harare, blanken uiteraard, die hier ook kamperen. Voor de rest is er vrijwel niemand. Het is interessant om met hen te praten over de situatie in Zimbabwe, die op dit moment ronduit slecht is. De afgelopen tien jaar is het land van één van de welvarendste landen van Afrika afgegleden naar één van de meest instabiele, arme en hopeloze landen. Deze familie redt zich op zich nog wel maar het is wel tobben. Er zijn er dan ook al heel wat vertrokken, vrijwillig of noodgedwongen. Als we hun onze truck laten zien valt hun oog op enkele grote broden die we nog uit Zambia hebben meegenomen. Tja, dat soort dingen zijn hier echt heel moeilijk te krijgen.

Tijdens een tochtje door het park hebben we nog het geluk om twee leeuwinnen te zien. Ze liggen als grote poezen een beetje te soezen langs de waterkant en draaien zich af en toe op hun rug. Weinig spektakel maar toch wel heel leuk.

Zwembad met nijlaard

Na drie dagen verlaten we het park en rijden naar Charara, een klein plaatsje helemaal in het noorden van het grote Kariba-meer. Hier vinden we een grote camping waar we de enige gasten zijn. Het bijzondere dat ondanks alle ellende dit soort plaatsen nog wel functioneren, net als de nationale parken. Buitenlandse toeristen komen er niet meer, maar de Zimbabwanen zelf komen nog wel. Er schijnt de week na ons hier een grote tijgervis-competitie plaats te vinden waar enkelen honderden mensen uit heel Zimbabwe aan mee gaan doen. Of het erg gezellig gaat worden weet ik niet want ik koop met wat moeite, tegen een onduidelijke wisselkoers, de laatste blikjes bier uit de kampwinkel. Terwijl er een groot nijlpaard langs het zwembad staat te grazen kopen we van een lokale visser een grote vis die hij ter plekke voor ons fileert. Heerlijk!!

Lekke band

De volgende ochtend kunnen we van de manager van de camping voor zestig US-dollar drie brandstofbonnen kopen en kunnen hiermee zestig liter diesel tanken. Gek genoeg dus een koopje voor ons met de goedkope dollar van de laatste tijd. Alle tanks en jerrycans zijn gevuld dus hiermee moeten we gemakkelijk Botswana halen. We willen proberen langs het Kariba meer naar de Victoria-Falls te rijden. Niemand weet iets over de wegen maar we willen het toch proberen. Echt langs het meer rijden lukt niet omdat er een paar grote rivieren in uitmonden waar geen bruggen over liggen. Het eerste deel is een smal maar goed begaanbaar bergpaadje dat steil omhoog en omlaag langs woeste bergen kronkelt. Na een paar uur rijden bereiken we het eerste dorpje. De mensen wonen hier in grote beschilderde hutten en hebben mooie moestuintjes. Het zal hun niet zo heel veel uitmaken wie er in Harare aan de macht is. Weer een paar uur rijden verder komen we op een wat grotere weg, een gravelpiste. De weg is hier en daar erg slecht en wij zijn zo’n beetje het enige voertuig. Bij alle grote dorpen staan mensen te wachten op transport en elke keer als ze ons zien aankomen denken ze dat wij een lokale vrachtwagen zijn waarmee ze mee kunnen rijden. Al die honderden kilometers die we hier gereden hebben zijn we maar een enkele vrachtwagen en pick-up tegengekomen. Brandstof is nergens te koop en de wegen zijn al een tijdlang niet meer onderhouden waardoor gewone auto’s hier niet meer kunnen rijden. Aan het eind van de middag hebben we onze derde lekke band deze reis. Omdat we bergopwaarts door mul grind rijden hebben we het te laat in de gaten. De band is helemaal kapot gereden. Onder grote belangstelling en bewonderende blikken van een steeds grotere groep mensen wisselen we binnen een half uurtje de band. Die nacht slapen we ergens langs de weg bij een afgebrande hut. Een paar kinderen die iets verderop wonen komen vertellen dat de bewoner lang geleden vetrokken is. Ze vragen of ze de volgende ochtend mee mogen rijden naar hun school. Dat mag uiteraard. Dat scheelt hun voor één keer veertien kilometer lopen. In de struiken vlak bij de hut vinden we nog een oude houten wandelstok met houtsnijwerk.

Boom op de weg

De volgende morgen rijden we vroeg weg, met één reserveband minder maar met twee kinderen meer, Philip en Linena, naar de eerstvolgende stad. Onderweg pikken we nog een klasgenootje op, die anders veel te laat was geweest. Nadat we ze bij de school hebben afgezet vervolgen we onze weg naar het zuiden. We passeren een aantal grote, gelukkig in goede staat zijnde, bruggen over grote rivieren. In Lusaka had iemand ons verteld dat het Nationale Park Chizaria heel mooi moet zijn en omdat we er toch langs reden besloten we er maar heen te rijden. Bij de ingang zagen we in het grote boek dat we er gemiddeld ongeveer twee bezoekers per maand langs komen. Om bij het centrale deel van het park te komen moet je een smal bergpaadje omhoog rijden. Dat ging allemaal best totdat er een omgevallen boom op circa drie meter hoogte boven de weg hing. Tja, daar kunnen wij echt niet onderdoor. We waren net aan het nadenken hoe om te keren toen er een Landrover langskwam met een paar parkrangers. Ja, die boom hangt er al een jaar of tien maar niemand heeft er ooit last van gehad. Ze konden wel wat regelen. Een half uurtje later kwam een ploegje mannen met een trekker de boom wegslepen. Daarbij trokken ze en passant ook de hoofd-elektriciteitskabel van het park kapot, maar dat maakte niets uit want er kwam volgens hun toch al geen stroom meer door.

Weer een lekke band….

Uiteindelijk kunnen we onze weg vervolgen en arriveren op een soort hoogvlakte omgeven door nog hogere bergen. We zien meteen een vrij grote kudde olifanten. Bij een vervallen complex waar we iets vinden dat op een hoofdkantoor lijkt gaan we ons netjes aanmelden maar dan komt de grootste grap: Er mogen hier absoluut geen vrachtwagens komen! Maar jullie hebben net voor ons met veel moeite die boom weggehaald? Vooruit, voor deze keer mogen jullie hier blijven, maar dan moeten jullie wel 250 US dollar voor de auto betalen en dan nog iets van 100 dollar aan toegangskaartjes en campingkosten! Er viel niets te onderhandelen, dus de groeten, dan rijden we meteen het park weer uit. Als ik terugloop naar de auto hoor ik een zacht gesis uit de achterband. Nee toch! weer een lekke band. We hebben alleen nu geen reserveband meer (op een velg) en we moeten dus gaan plakken. Het begint al een beetje donker te worden en pas om acht uur ’s avonds zijn we klaar. We staan weer op vier goede banden en hebben een volle matige reserveband, op velg, achterop hangen. Om zes uur ’s avonds was iedereen al weggegaan bij het kantoor en deden er verder ook niet moeilijk meer over dat wij er nog stonden. Dit was duidelijk overmacht. Bij een tapkraantje hebben we ons gewassen en na grote pan macaroni zijn we vermoeid in slaap gevallen.

En nog een lekke band…drie in drie dagen!

De volgende dag zijn we langzaam het bergpaadje weer omlaag gesukkeld. Als we beneden weer op de gravelweg staan stop ik even om de vrijloopnaven om te zetten. Nee hè, ik hoor weer gesis. Ditmaal een lekke voorband. Er blijkt een oude schroevendraaier of iets dergelijks in te zitten. We besluiten de band ter plekke te plakken omdat het nog een goede band is. Het kost weer veel moeite om de band van de velg te krijgen. Tot overmaat van ramp breekt het kleine nippeltje af van de slang waarmee we de band moeten oppompen. Met wat gehannes krijgen we band op net vier bar en rijden rustig verder. Drie lekke banden in drie dagen!

Een paar uur rijden verder, de wegen worden steeds beter, bereiken we Binga, een klein stadje aan het Kariba meer. We vinden hier een mooie camping, en alweer zijn we de enige gasten. Alles werkt gewoon, het zwembad is gevuld, er zijn warme douches, het gras is gemaaid, er komen alleen geen gasten meer. Vlakbij is de steiger waarvandaan vroeger de zogenaamde houseboats vertrokken voor safari- en vistochtjes over het meer. Velen zijn verkocht en worden nu gebruikt in Zambia, Zuid Afrika, etc. De overgebleven boten worden nu gebruikt als huis of voor smokkel van diesel uit Zambia, aan de overzijde van het meer. We ontmoeten diverse mensen, allemaal even aardig en behulpzaam, en allemaal moe van de politieke situatie. Degenen die geen harde valuta hadden hebben weinig keus, hun geld is niets meer waard en ze moeten dus wel blijven. Toch redden de meesten zich nog wel, ze zien het ook als een soort uitdaging. Het Monopoly-geld van Zimbabwe, met een inflatie van iets van 6000% per jaar, wordt nauwelijks gebruikt, US dollars, smokkel en ruilhandel is de echte economie. Ook wij hebben niet één keer geld gewisseld. Bij de lokale kroeg ging ik onderhandelen over hoeveel flessen bier ik kon kopen met een biljet van tien US dollar. Uiteindelijk zeven flessen van driekwart liter.

‘Croc-tail’ op het menu

We blijven hier twee nachtjes staan, doen wat schoolwerk, zwemmen in ons privé-zwembad en bezoeken de lokale crocodile-farm. De kinderen hadden een hele lijst met vragen opgesteld die onze gids allemaal keurig beantwoordde. We weten nu alles van krokodillen, hoeveel tanden ze hebben, hoeveel eieren ze leggen en zelfs hoe ze kindjes maken. De farm loopt ondanks alles heel goed. De huiden en het vlees worden via Zuid Afrika voornamelijk naar Singapore, Korea en China geëxporteerd. Het voer voor de kleintjes wordt uit het meer gevist, de grotere krijgen uit Namibië geïmporteerd vleesafval. Als we vragen of we wat krokodillenvlees kunnen kopen om te proeven krijgen we uiteindelijk gratis een ingevroren ‘croctail’ van anderhalve kilo mee. De eerste dag braaien we een groot stuk, de volgende dag gaat de rest als vlees door de pasta. Het smaakt eigenlijk best goed vinden we.

Droogte in Hwange geeft unieke beelden

Na Binga bezoeken we twee dagen een ander bekend nationaal park in Zimbabwe, Hwange. We rijden een groot deel van het enorme park door en genieten van mooie landschappen en de vele dieren. Het is een oud park op droge grond en alle dieren zijn, in de droge tijd, nu dus, geheel afhankelijk van water dat uit enkele putten opgepompt wordt. We hoorden dat door brandstoftekort en gebrek aan onderhoud een paar jaar geleden er geen water meer was en bijna alle dieren het loodje legden. Ook nu zijn de drinkplaatsen erg leeg maar er is tenminste water, en over een maandje of zo zullen de regens hier weer beginnen. Bij één van de drinkplaatsen ontmoeten we nog een vriendelijke blanke Zimbabwaanse boer met zijn vrouw. Hij vertelt ons dat hij één van de overgebleven vierhonderd (van de oorspronkelijk vijfduizend) blanke boeren is welke nog ‘mogen’ werken in Zimbabwe. Zijn manager is een oud-veteraan tegen wie hij ooit moest vechten. Misschien dat hij daarom nog niet onteigend is. Hij voorziet enkele honderden mensen van werk, heeft een eigen school en een kliniek. Ze houden van het land en de mensen welke volgens hen de vriendelijkste mensen zijn van Afrika, behalve die ene dan…

De tweede nacht slapen we bij de Masuma Dam. We hebben hier niet voor geboekt maar dat is geen probleem voor de oppasser. Dit moet echt één van de mooiste plekjes van Afrika zijn. Het kampeerterreintje ligt op een klein heuveltje met uitzicht op een savannelandschap en een drinkplaats waar een paar nijlpaarden in liggen. De hele avond en nacht staan er olifanten zeer luidruchtig te drinken. Kuddes impala’s, kudu’s, zebra’s, struisvogels, giraffen, buffels en nog veel meer dieren lossen elkaar af voor een slokje water. Verder zien we nog een leeuwin en denken we twee wilde honden te zien maar dat weten we niet heel zeker.

Als we de volgende dag het park aan de westelijke kant uitrijden hebben we nog een klein probleempje. Volgens de chef hier mogen vrachtwagens niet in het park komen.  Dat hebben we eerder gehoord… Na wat gezeur mogen we toch doorrijden. Deze keer hadden we echt toestemming. Hij had gelukkig niet door dat we twee in plaats van één nacht in het park zijn geweest…

Belasting ontduiken

De laatste paar honderd kilometer naar Victorie Falls rijden we over een mooie asfaltweg en worden we nog twee keer aangehouden bij een ‘road-block’ waar men ons vraagt naar onze papieren en…. naar onze roadtax-coupons. We doen net alsof we niet snappen waar ze het over hebben en houden vol dat we deze bij de grens niet hoefden te kopen omdat we geen commerciële vrachtwagen zijn. Ze geloven er niet veel van, en terecht, maar Jacobine weet zich er onder uit te praten en we mogen beide keren uiteindelijk gewoon doorrijden. Onderweg zien we nog een enorm grote stoomlocomotief in werking. Deze is niet voor toeristen maar moet een grote kolentrein trekken. Net of je vijftig jaar terug in de tijd stapt. Pieter en Stijn vinden het fantastisch om te zien.

De grootste watervallen van Afrika

Vitoria Falls is eigenlijk de eerste echte stad die we in Zimbabwe zien en omdat wij hier vijftien jaar geleden al waren zien we de verschillen heel goed. De gewone winkels zijn gesloten of vrijwel leeg. De zwarte bevolking is verjaagd naar een krottenwijk vijf kilometer buiten de stad. Alleen de souvenirwinkels voor toeristen die dollars hebben zijn nog goed gevuld. De restaurantjes die vroeger vol zaten met backpackers die gingen raften op de Zambezi en bungy-jumpen vanaf de brug zijn nu leeg of gesloten. De camping bestaat nog wel maar er is weinig over van de overland-sfeer van vroeger. Hij kost tegenwoordig dan ook 40 US-dollar per nacht. De grootste watervallen van Afrika zelf zijn gelukkig nog steeds even prachtig en mogen natuurlijk niet gemist worden op een Afrika-reis. Er komen nog steeds opmerkelijk veel toeristen naar Victoria-Falls, de meesten komen voor één dagje naar Zimbabwe om de watervallen te zien. We voelen ons een beetje vreemd tussen de grote kuddes Europeanen en Japanners, compleet met monddoekjes, regenhoedjes en handschoentjes.

Resume

Na twaalf dagen en 1250 kilometer Zimbabwe rijden we de volgende met vrijwel lege tanks en met nog zestig liter diesel in de jerrycans naar Kazangula in Botswana. De grens verloopt soepeltjes, er wordt zoals we gehoopt hadden niet meer gevraagd naar de wegenbelastingbonnen.

Zimbabwe is een prachtig en boeiend land. We hebben genoten van enkele van de mooiste wildparken van Afrika. Ook in Zimbabwe waren de mensen weer supervriendelijk. Het land worstelt met enorme economische en politieke problemen die hopelijk oplossen als de oude baas de geest geeft. Maar de meesten denken dat zijn al klaar staande opvolgers de huidige verwoestende politiek gewoon zullen doorzetten. Duidelijk is dat de economie te gronde is gericht en dat niemand er iets mee opschiet behalve Mugabe en zijn kliek. Niet alleen de blanken zijn het slachtoffer maar ook de zwarte bevolking, vooral in en rond de steden, lijdt er onder. Inmiddels zijn er al miljoenen Zimbabwanen naar buurland Zuid Afrika gevlucht waardoor ook daar steeds meer problemen ontstaan. Voor vele blanke ondernemers in Namibië en Zuid Afrika is de onteigening van land in Zimbabwe een soort doemscenario voor hun eigen situatie.

67