35 Syrië

27 juni t/m 2 juli 2008
Onderdrukt maar prachtig land


Welkom in het land van Assad

Ook aan de Syrische grens moeten we weer een flinke donatie doen in de lokale schatkist. Voor het eerst deze reis moeten we zelfs visakosten voor de kinderen betalen, 34 dollar per persoon. Tot nog toe was één visum per paspoort altijd voldoende. Sterker nog, in west en centraal Afrika keken ze niet eens naar de kinderen in het paspoort. Ook moeten we weer een WA-verzekering afsluiten en een dieseltax betalen van honderd dollar per week. Uiteraard alles te voldoen in harde valuta. De Syrische grensbeambten zijn overigens niet vervelend en heel correct. We worden door iedereen hartelijk welkom geheten.

Aan het eind van de middag kunnen we dan eindelijk Syrië binnen rijden. Wat meteen opvalt is hoe vruchtbaar dit deel van het land is, links en rechts van de weg uitgestrekte akkers. Wat ook opvalt is dat werkelijk overal enorme afbeeldingen en standbeelden van president Assad senior en junior zichtbaar zijn. Blijkbaar krijg je pas vergunning voor je bedrijf of winkel als je een grote poster van de één of beide presidenten op je gevel aanbrengt. Het vinden van een geschikt plekje voor de nacht is vandaag niet zo gemakkelijk. Als we een zijweggetje inslaan zien we overal militaire terreinen en kazernes. Ook de soldaten zwaaien vriendelijk naar ons maar om er tussen te gaan staan lijkt ons niet zo’n goed idee. Tussen uitgestrekte tomatenvelden en olijfboomgaarden vinden we tenslotte een plekje voor de nacht. Onze buren, een bedoeïenen familie in tenten, komen ons even gedag zeggen. Daarna laten ze zich niet meer zien.

Klapband in Damascus

Via redelijk goede wegen rijden we de volgende dag naar Damascus, de hoofdstad. De wegen zijn vrij rustig, er is voornamelijk vrachtverkeer. Bijna alle vrachtwagens zijn Mercedessen, en bijna alle Mercedessen zijn oude bolneuzen zoals die van ons. Meestal type 1513 en 1924. Ook zien we allerlei soorten oude Sovjet-legertrucks die rammelend en rokend over de weg schommelen. Een mooi land voor liefhebbers van oude vrachtwagens. Als we centrum van Damascus bijna bereikt hebben krijgen we midden op een drukke weg opeens een klapband, de zevende lekke band deze reis. We reden niet zo hard, de buitenband is gelukkig nog heel. Wel staan we midden op een drukke verkeersweg. Met hulp van Peter wisselen we de band binnen een half uurtje en kunnen we verder de stad in rijden. In het centrum rijden we ons nog bijna klem in een klein straatje vol met dure auto’s. Terwijl een groeiend groepje agenten ons nerveus toekijken, er zijn allerlei ministeries in deze buurt, werken Bien en Pieter alle telefoon- en elektriciteitsdaden over het dak van de auto. Een vriendelijke enthousiaste man helpt ons en wijst de juiste weg. Helemaal aan de andere kant van de stad vinden we de New Kaboun Camping, waarschijnlijk de enige camping in heel Syrië. Een kleine maar keurige camping met wat rondscharrelende hanen en kippen en een mooi groen grasveld! Dat hebben we al heel lang niet meer meegemaakt. De rest van de dag en de volgende ochtend doen we de was en allerlei kleine klusjes. Verder voetballen, watergevechten houden en klaverjassen. Het lijkt wel vakantie!

We stappen in een andere wereld

Aan het eind van de middag bezoeken we het centrum van Damascus. Een minibusje brengt ons voor een paar centen naar het centrum Een dikke meneer in de bus deelt onderweg chocolaatjes uit aan de kinderen. Die vriendelijkheid en gastvrijheid is echt opvallend in Syrië. Even later lopen we door de oude, prachtig overdekte soeks van het oude Damascus. We komen oren en ogen tekort. Het is alsof we een andere wereld binnenstappen. Overal kleurrijke en propvolle winkeltjes, luxe winkels met trouw- en baljurken, eenvoudige eettentjes, juweliers, straatverkopers, theeschenkers en een enorme verscheidenheid aan mensen. Zowel volledig zwart gesluierde als uitdagend, geblondeerde westers geklede vrouwen, Arabieren uit alle windstreken, centraal Aziaten met groene ogen, Armeniërs, etc. We kijken onze ogen uit. Waar we ons vooral over verbazen zijn de vele winkels waar behalve het gebruikelijke textiel ook sexy lingerie hangt, zo puur extreem, dat gewone Nederlandse winkels het niet in hun etalage zouden durven hangen. Het valt maar moeilijk te rijmen met streng Islamitische cultuur en de vele zwart en volledig gesluierde vrouwen. Je gaat je wel afvragen wat ze onder die dikke lappen dragen. Bij de bekende ijssalon Bekdach, waar sterke mannen het roomijs met de hand aan het slaan zijn, eten we een enorm stuk vanille-ijs met pistachenootjes. Ook hier is het weer een mooie mengeling van mensen. We hebben wel medelijden met een aantal geheel gesluierde vrouwen die in een hoekje hun lepeltjes ijs op een wel heel onhandige manier, onder hun boerka door, richting hun mond moeten manoeuvreren.

IJskoud bier en diepe decolletés

In de Armeense wijk lopen we toevallig langs een goudsmid die achter zijn raam aan het werk is. Als de kinderen zijn werk willen bekijken worden we allemaal in zijn kleine werkplaatsje uitgenodigd. De man, Jacob genaamd, is een vriendelijke Armenier. Hij haalt wat stoelen en trakteert ons allemaal op een grote fles ijskoud Syrisch bier en limonade voor de kinderen. In het Engels, dat hij uit films heeft geleerd, vertelt hij over zijn werk, zijn leven en het noodlot en het succes van het Armeense volk. Hier in Damascus hebben ze een goed leven. De Armeniërs en de Syriërs respecteren elkaar en leven vredig naast elkaar. Langs het raam zien we een Armeense bruiloftstoet passeren, in dure BMW cabrioletten met prachtige ongesluierde blonde vrouwen in mooie diep uitgesneden jurken op de achterklep. Peter en ik kijken onze ogen uit, zelfs Stijn is onder de indruk.

Bloedzuigers en nep-Viagra-pillen

We bedanken Jacob voor zijn spontane gastvrijheid en wandelen terug naar de oude soek. Er is en heel straatje waar alleen maar snoepgoed verkocht wordt, andere straten met alleen maar kleding, schoenen, gouden sieraden, kruiden of traditionele geneesmiddelen. Sommige winkeltjes hangen vol met dierenvellen en slangenhuiden, schilden van schildpadden, opgezette vissen, allerlei beesten op sterk water, gedroogde zeesterren, potjes met bloedzuigers en nep-Viagra-pillen. Vlak bij de grote moskee eten we op straat een lekker opgerold broodje met kip. Langs de grote moskee lopen we terug naar de grote weg en proppen we ons met zijn zevenen in een taxi, terug naar de camping. De Frans sprekende chauffeur is in een vorig leven waarschijnlijk Formule 1 – coureur geweest. Links en rechts inhalend racen we in een paar minuten terug naar de camping.

Het mooiste kasteel ter wereld: Crac des Chevaliers

Na het ontbijt vetrekken we weer, verder noordwaarts. Na een paar uur rijden over een prima snelweg bereiken we Homs. Een grote stad maar met een opvallend rustig centrum. In het centrum parkeren we de auto’s om geld te halen, wat boodschapjes te doen en even te internetten. De verbinding is verrassend snel, het verslag van Egypte is in een paar minuten tijd verzonden. Vanaf Homs rijden we naar Crac des Chevalies, een enorm kasteel hoog in de bergen, uit de tijd van de kruisvaarders.

Bij Hotel La Table Ronde kunnen we op de parkeerplaats kamperen, met uitzicht op de zuidwal van het kasteel. Het is lichtbewolkt, fris, alsof het gaat regenen. We hebben meer het idee ergens in Schotland te zijn dan in het Midden Oosten. In het bijbehorende restaurant gaan we ’s avonds lekker uitgebreid Syrisch eten en daarna de EK-voetbalfinale Spanje-Duitsland bekijken. Ze kunnen hier de Duitse ARD ontvangen via de satelliet. Stijn is voor Spanje omdat Sinterklaas daar woont. Ook de meeste Syriërs zijn voor Spanje, voor ons maakt het niet zo veel uit. Onder het voetballen drinken we een paar biertjes. Ook de politiek komt nog even aan bod. Aan Amerikanen hebben ze geen hekel maar George Bush is de meest gehate persoon, sinds hij Syrië heeft bestempeld als een ‘rogue state’, een schurkenstaat.

De volgende ochtend gaan we het kasteel bekijken. Volgens TE Lawrence het mooiste kasteel ter wereld. Het is inderdaad een prachtig kasteel. Ongelofelijk dat Europese ridders dit halverwege de twaalfde eeuw hebben kunnen bouwen. Het is een enorm groot en sterk kasteel, geschikt voor een garnizoen van tweeduizend man, inclusief paarden en een etensvoorraad voor vijf jaar. Het is diverse keren aangevallen en belegerd maar nooit veroverd. Overigens hebben de kruisvaarders, toen er nog maar tweehonderd man over waren, zich tijdens een beleg al na een maand overgegeven in ruil voor een vrije aftocht. Toch spreekt het allemaal erg tot de verbeelding en is het, vooral voor de kinderen, geweldig om te dwalen door de enorme zalen, stallen, kerken, keukens, gangen, torens, etc.

Kamperen in het centrum van Hama

Het is al in de middag als we vertrekken, maar we hoeven weer niet zo ver vandaag. We rijden in een paar uur naar de stad Hama. In Hama kunnen we niet het hotel vinden die we eigenlijk zochten maar een behulpzame taxichauffeur brengt ons naar een parkeerplaats midden in het centrum. Pal naast de rivier met uitzicht op een paar noria’s, een mooi plekje. Hama is bekend is vanwege de grote houten waterwielen (noria’s) die eeuwenlang gebruikt zijn om water omhoog te pompen in aquaducten die het rivierwater de stad en de hoger gelegen velden in brachten. Als we de auto’s geparkeerd hebben gaan we een stukje wandelen langs de noria’s. Helaas zijn de meeste niet meer in werking. De enige twee waterwielen die het waarschijnlijk nog doen worden momenteel gerenoveerd. In de stad lopen we een stukje over de overdekte markt. Ook hier weer veel aardige mensen. Vooral Stijn en Janne met hun lichtblonde haren moeten het vaak ontgelden. Telkens willen ze de kinderen knuffelen en aaien en krijgen ze snoepjes en dergelijke aangeboden. Na een Syrische hamburger en frites van de snackbar op de hoek gaan we ’s avonds nog een potje klaverjassen. De vlakbij gelegen Al-Nouri moskee heeft waarschijnlijk de grootste luidsprekerinstallatie van het land. Telkens als de Imam zijn gebed begint, en dat is best vaak, schrikken we ons een ongeluk. Het is zo hard dat je bijna niet meer met elkaar kunt praten.

Aleppo

Vanaf Hama is het de volgende dag maar weer een relatief korte etappe naar Aleppo. Ook weer een enorme stad (4 miljoen inwoners) met een oud middeleeuws centrum. We brengen een kort bezoek aan de grote overdekte soeks maar eerlijk gezegd hebben we het wel een beetje gehad met grote steden. Na anderhalf uur verlaten we zo snel mogelijk de stad. Aangezien we sinds Egypte geen duidelijke kaarten meer op onze GPS hebben is het navigeren overigens een stuk lastiger geworden. Gelukkig zijn de Syriërs wel zo vriendelijk geweest om alle plaatsnaam- en richtingsborden behalve in het Arabisch ook in het Engels aan te duiden, anders zou het wel heel erg lastig zijn.

Bedevaartsplaats voor een paalzitter

Een klein uurtje rijden, ongeveer richting Turkse grens, parkeren we auto’s naast de ruines van Qala’at Samaan, ook bekend als de St. Simeon Basiliek. Tegen sluitingstijd bezoeken we de kerk en zijn zo’n beetje de enige bezoekers. In de tijd van het vroege Christendom, in het jaar 423 is op deze plaats ene Simeon op een pilaar gaan zitten en heeft daar de volgende zesendertig jaar van zijn leven doorgebracht. De laatste jaren van zijn leven op een pilaar van achttien meter hoog. Hij moet in die tijd zo’n beetje de bekendste Christen (en paalzitter) ter wereld zijn geweest. Na zijn dood in 459 is rond de bekendste pilaar, toen al een belangrijke bedevaartsplaats, een enorme kerk gebouwd. Nu zelfs, ruim vijftienhonderd jaar later, is nog goed te zien hoe groot en indrukwekkend de kerk moet zijn geweest. Uiteraard willen we allemaal wel even op die pilaar zitten maar het valt helemaal niet mee om er op te klimmen. De kinderen kunnen we er op duwen maar wij? Als het Peter lukt om er op te klimmen kan ik natuurlijk niet achterblijven. Met wat hulp lukt het Tessa uiteindelijk ook maar Bien probeert het maar niet. We slapen die nacht op de parkeerplaats naast de ruïnes.

Diesel smokkelen naar Turkije

De volgende ochtend rijden we naar de Turkse grens. Onderweg tanken we alle tanks en jerrycans vol. In de kist op het dak verstoppen we nog eens honderdtwintig liter diesel in plastic jerrycans die we goedkoop in Aleppo gekocht hebben. Diesel kost hier maar 0,33 euro en in Turkije 1,65 euro. Zo verdienen we de dieseltax nog een beetje terug. En maar goed ook want wat blijkt: we moeten opnieuw dieseltax betalen, ditmaal om het land uit te mogen! Voor Peter is er nog extra pech als ze zijn jerrycans ontdekken achter in de bak. Dat mag niet. We vullen onze tanks zo vol als mogelijk, de rest moet hij achterlaten.  Samen met de uitreisvisums die we hier moeten betalen, ook voor de kinderen, is Syrië het duurste land van deze reis geworden. Bij elkaar spekken er voor bijna vijfhonderd dollar de staatskas voor een doorreis van minder dan een week. We vinden het schandalig en ook de grensbeambten zijn het met ons eens. Het toerisme, althans dat met eigen vervoer, wordt zo om zeep geholpen. Morrend geven we na twee uur onze protesten op en betalen alles. We zullen wel moeten als we verder willen.

Resumé

Ondanks de absurde kosten om het land in- en uit te komen hebben we genoten van Syrië. Zowel de bevolking, het klimaat en het land zelf waren een aangename verassing voor ons. Achteraf hadden we er misschien best langer willen blijven en ook de Romeinse oasestad Palmyra willen bezoeken. Met veel mensen, vooral mannen, hebben we leuke en spontane ontmoetingen. Met vrouwen hebben we, net zoals in andere Islamitische landen, maar heel weinig contact. Van de politieke situatie weten we niet zo veel maar we kregen niet de indruk dat er ook maar één Syriër is die de dictatuur van de familie Assad afkeurt. En misschien kan dat ook niet anders als je woont in een land met een sterk nationaal gevoel, een strenge censuur en je minimaal honderd keer per dag geconfronteerd wordt met portretten van de president. Ze hoeven ook niet te twijfelen, het is een mooi vruchtbaar land en economisch gaat het niet eens zo heel slecht.

Alle foto's op een rijtje:

131