04 Ethiopië Noord

4 november 2011 – 25 november 2011
Oude culturen en berglandschappen


Ethiopië, wat een fascinerend land!

Laat ik dit verslag beginnen met de opmerking dat ik van de tocht door Ethiopië gemakkelijk een heel boek zou kunnen schrijven. Behalve dat het één van de meest fascinerende landen van de wereld is waar je ongelofelijk veel verschillende soorten mensen tegenkomt is het ook een land dat veel van je vraagt, en zoals later zou blijken ook veel vraagt van Kasa. Voor een heel boek heb ik nu even geen tijd (misschien ooit nog) dus wordt het gebruikelijke ingedikte verslag.

De gebruikelijke grensdingetjes

Over de grens is het ook nog zeker twee uur tobben om de paspoorten en het carnet gestempeld te krijgen. Vooral de immigratie is hier erg omslachtig en traag. Behalve dat het paspoort ingescand moet worden en alle gegevens ingetypt moeten worden moeten alle vingers ingescand worden en worden met een webcam pasfoto’s gemaakt. En dat met een Windows 98 computer of iets dergelijks en iemand die net met twee vingers kan typen. Het moet toch niet gekker worden in Afrika! Omdat er net een groepje UN-ers met gezinnen voor ons is en er en maar één iemand is die Engels spreekt duurt het eindeloos. Als we eindelijk na een vluchtige inspectie van de auto door de slagboom mogen is het al bijna donker.

Sodom en Gomorrah

Het grensplaatsje Metema is wat je noemt het Sodom en Gomorrah voor de Soedanezen. Alles wat Allah verboden heeft is hier in dit Christelijke land volop aanwezig. Cafés, popmuziek, drank en bordelen.  Er zijn opvallend veel dronken Soedanezen hier op straat. En ook wij willen natuurlijk best een paar flessen bier kopen na het drooggelegde islamitische Soedan. (Niet dat wij echt geleden hebben, er was altijd wel een kleine voorraad ergens beschikbaar) Er is een enorm tekort aan bierflesjes in Ethiopië waardoor het vrijwel onmogelijk is biertjes in een barretje te kopen om mee te mogen nemen. Zonder flessen kunnen zij op hun beurt namelijk ook weer geen nieuwe kopen. Als ik één van de donkere barretjes inloop kom ik stomtoevallig John en Calvin (Link) tegen. Zij zijn hier gisteren al aangekomen en hebben zich na twee weken fietsen door de Soedanese hitte laten vollopen en zijn nu een dag later de kater aan het wegdrinken. We praten even kort met elkaar en zullen elkaar ongetwijfeld nog vaker zien. Bij een ander barretje lukt het me om vijf flesjes te kopen en nog net voordat het echt pikkedonker is rijden we Metama uit op zoek naar een plekje voor de nacht. We hebben geluk en vinden op een stukje oude weg een prima bushcamp. Snel wat eten klaarmaken, lekker een koud biertje drinken en daarna tussen de hier passerende ossenkarren een heerlijke buitendouche naast ons plateau. Het is hier weliswaar wat hoger gelegen maar het heeft hier niet lang geleden nog geregend waardoor de omgeving groen en dampig is en vol grote en vervelende insecten. Dat is wel weer even wennen met slapen na het heerlijke droge woestijnklimaat.

John en Calvin, fietshelden

De volgende dag zijn we net een paar kilometer onderweg als we John en Calvin tegenkomen. John waren we in Cairo al tegengekomen bij de Soedanese ambassade. Zijn Soedanese visumaanvraag duurde ruim drie weken, dat van ons één dag!  John is een Schotse barman, per fiets op weg naar Isiolo in Kenia waar hij al jaren een project steunt. Calvin is een Zuid-Afrikaan die na een jaar of tien Europa terugfietst naar zijn vaderland. We spreken iets verder op af waar we koffiezetten voor de jongens. Na een tweede bakkie stappen zij weer op de fiets en starten wij de motor. Vanaf hier gaat de weg nog verder omhoog en wordt het zelfs frisjes. Al snel zitten we op een hoogte van ruim 2000 meter en genieten van het uitzicht. Ethiopië is echt een land van bergen, vruchtbare valleien, rivieren, meren. Geheel tegenovergesteld van wat mensen in de rest van de wereld vaak denken.

Wat een mooi groen land in deze tijd het jaar

Vlak voor Aykel nemen we de afslag richting Gorgora, gelegen aan het Tana-meer. Achteraf blijkt dit weliswaar wel de kortste weg te zijn maar ook heel smal en heel erg traag omdat de weg voor een deel volledig verdwenen is maar ook omdat we ons door een paar dorpjes moeten worstelen waar net de wekelijkse markt bezig is.

Maar de route is wel erg mooi en wat ons vooral opvalt ten opzichte van de vorige keer dat we Ethiopië bezochten is hoe vruchtbaar en groen het is. Toen waren we er aan het eind van de droge tijd, nu zijn we er in de zomer en staan alle velden vol gewassen en zijn overal groene grasvelden vol met bloemen. Het is oogsttijd, het vee ziet er goed uit, het weer is goed en de mensen zijn allemaal vrolijk lijkt het. Iedereen groet en zwaait vriendelijk. Natuurlijk zijn er nog steeds van die irritante jongetjes die je toe schreeuwen ´farangi´ (buitenlander) of ‘youyouyou’en bedelen om pennen, geld en kleding maar zij vormen gelukkig een kleine minderheid.

Rendez-vous

Na enkele uren hobbelen komen opeens Kosta en Katrijn (Link) ons achterop rijden die we sinds Dongola, Soedan niet meer gezien hebben. Ook zij zijn op weg naar Gorgora en hebben dezelfde route genomen. Lang leve de Garmin en Tracks4Africa die wel veel wegen kent maar meestal geen enkele informatie geeft over de staat van de wegen. Het laatste deel van de route is gelukkig wat beter en we dalen af naar het Tana-meer dat op zo´n 1800 meter hoogte ligt. Het meer is enorm groot, ongeveer 80 bij 80 kilometer waardoor je toch wel afvraagt hoe er in hemelsnaam een watertekort bestaat in dit land, maar goed. Net voor zonsondergang komen we aan bij de campsite van een Nederlands stel Tim en Kim (Link).

Relaxen bij Tim en Kim

We hadden via diverse vrienden van ons al veel goede verhalen over deze campsite gehoord en nu wilden we er zelf toch ook heen. Toen we hier ruim drie jaar geleden langskwamen waren ze net begonnen en was er eigenlijk nog niets. Nou, als je ziet wat ze hier in drie jaar tijd hebben neergezet, petje af! Het gekke is dat we er ons meteen thuis voelen en het net is alsof we ze al jaren kennen. Het is leuk om weer met Kosta en Katrijn bij te praten over de laatste week en ook leuk om weer nieuwe mensen te ontmoeten. Er staat nog een andere Nederlandse truck, ook een bekende in de reizigerswereld op het internet. Het is Casper die met zijn MAN truck al iets van zes jaar over de wereld aan het zwerven is (Link) en nu zo´n beetje op weg is naar huis (als we hem mogen geloven).

De volgende dagen vliegen voorbij terwijl we genieten van het heerlijke plekje, het heerlijke eten en de vele leuke mensen die we ontmoeten. We doen veel aan school, doen de was, maken de auto schoon en plakken onze eerste band die blijkbaar op de weg hierheen is lekgeraakt. Het is een prachtig plekje aan het meer met ongelofelijk veel verschillende vogels. Na het ontbijt met bruine (!) broodjes is het meestal schooltijd gedurende een uurtje of vier, vijf.  Best zwaar maar ook nodig om bij te blijven. De kinderen zijn helemaal gek op de puppies die er rondlopen en zodra ze de kans krijgen piepen ze er tussen uit om met de puppies te gaan spelen. Aan het eind van de middag nemen we meestal een duik in het meer en gaan daarna douchen onder de emmer en dan wat drinken in het barretje. Ook Jochen, Dorothee, Finn en Peer (Link) komen opdagen wat natuurlijk vooral voor de kinderen ontzettend leuk is. Elke avond wordt er gepest, Monopoly of Risk gespeeld of een filmpje gekeken op de laptop. Ook voor Tim en Kim is het druk en ook wel een opluchting dat er weer wat overlanders-verkeer op gang lijkt te komen.  We laten ons een paar avonden verrassen door Kim´s uitstekende kookkunsten en na de nodige gezellige sterke verhalen gevoed door enkele alcoholische versnaperingen is het altijd weer goed slapen. De laatste avond wordt er speciaal voor ons een geitje geslacht wat op Stijn, die er met zijn neus bovenop stond, toch wel een diepe indruk maakt.

Na zes dagen wordt het dan toch echt tijd om te vertrekken. Het afscheid nemen valt niet mee maar we willen en moeten weer verder. Wie weet als we volgend jaar eventueel terugrijden komen we hier weer langs. Vanaf Gorgora rijden we een stukje maar het noorden naar Gonder waar we geld willen halen en boodschappen willen doen. De oude paleizen in Gonder hebben we de vorige reis al bekeken maar we bezoeken wel nog een keer de Debre Berhan Selassie kerk omdat Bien die de vorige keer niet gezien had. Het is zeg maar de Sixtijnse kapel van de Ethiopische kerk, het meesterstuk van muur en plafondschilderingen. Behalve de beroemde 104 mysterieuze engelen op het plafond zijn er de vele wat Jeroen Bosch aandoende schilderingen met duivels en alle verschrikkingen van de hel.

Gonder, klinkt als een naam uit de verhalen van Tolkien

In het stadje parkeren we de auto bij het voor ons bekende hotel Terara wat drie jaar geleden wat sanitair betreft al een drama was maar dat nu echt op het punt van instorten staat. En dat terwijl het één van de mooiste hotels zou kunnen zijn van Ethiopië. Je ziet dat het ooit een prachtig hotel is geweest met ruime kamers en mooie badkamers, eetzalen, een grote keuken, een zwembad en een groot terras dat ooit over de paleizen heeft moeten uitkijken maar nu volledig dichtgegroeid is met bomen en struikgewas. In de lobby hangt een prachtige oude kaart van het Tana-meer met de diverse ferry-verbindingen die ooit bestaan hebben.

De volgende dag doen we nog wat laatste inkopen, checken de mail bij een coffeeshop met draadloos internet (heerlijke fruitsappen hebben ze hier) en vertrekken dan richting Debark dat aan de voet van het Simien-gebergte ligt. Het moet ooit een asfaltweg worden maar door de erbarmelijke staat van de weg en de vele omleidingen die we vanwege de aanleg moeten rijden doen we er de hele dag over om ongeveer 100 kilometer te overbruggen. Het is niet meer de moeite om nu nog het nationaal park in te rijden en omdat je tegenwoordig per dag moet betalen spreken we met één van de gidsen af om de volgende ochtend het park in te gaan rijden. We parkeren Kasa bij de enige ‘camping’ die het dorp rijk is, het Red Fox Hotel. Eigenlijk niet meer dan een barretje en een stukje gras ervoor. Het is ook erg koud en vroeg donker en we besluiten uit eten te gaan in het Simien Park Hotel.

Simien National Park

De volgende ochtend staan Sammy en Brahim om half acht bij ons hotel klaar om ons door het Simien National Park te loodsen. Brahim is de oudere van de twee en degene die verplicht meemoet. Gabriel is een soort extra mannetje dat zogenaamd beter Engels zou spreken en meer zou kunnen vertellen over het park en de dieren. Uiteindelijk zou het omgekeerde waar blijken te zijn maar we hebben wel een fantastische dag met zijn allen. De weg in het park is gelukkig een stuk beter dan de wegen erbuiten en we klimmen het eerste uur naar ruim 3300 meter hoogte. Het weer zit erg mee, de regenwolken van de afgelopen dagen zijn verdwenen en de lucht is strakblauw. Als snel zie we eerste grote groep Gelada Bavianen, een apensoort (het zijn eigenlijk helemaal geen bavianen) die alleen maar in Ethiopië voorkomt en herkenbaar is aan de lange haren en de rode haarloze borst die zowel bij de mannetjes als de vrouwtjes functioneert als een soort sexbarometer. Hoe roder hoe heter. De apen leven in enorm grote groepen en hebben een complexe sociale samenleving waarbij de vrouwtjes bepalen wie de baas is.

Bien is nog steeds een beetje aan het struggelen met haar knie en dus gaan Brahim, de kids en ik een wandeling maken en rijden Bien en Sammy naar een plaats in de buurt van een waterval waar ze ons op pikken. Het is een mooie wandeling met ongelofelijke vergezichten. Behalve een bushbuck zien we vele roofvogels, gieren en lammergieren. Als we weer bij Bien en Sammy zijn gaan we lunchen en lopen daarna met zijn allen naar de waterval, nou ja eigenlijk het uitzichtpunt van de waterval want de waterval zelf is aan de overkant van een diepe kloof. Het water valt hier iets van 500 meter loodrecht naar beneden, echt indrukwekkend. Het uitzicht over de diepe kloven en de steile bergen met toppen tot boven 4500m is fantastisch. De Ethiopische wolven die hier ook leven zien we helaas niet, die leven meer op de hoogvlaktes verderop.

Om een uur of drie zijn we terug in Debark en besluiten meteen door te rijden naar het noorden. Via een oude Italiaanse weg met vele tientallen haarspeldbochten dalen we af van 3000 meter naar ongeveer 1600 meter. Het wegdek is verschrikkelijk maar het is echt één van de mooiste wegen die we ooit in Afrika gereden hebben. Je hebt meer het idee ergens in de Himalaya te rijden dan in Afrika. Een nauwelijks bevolkt, woest, maar sprookjesachtig landschap, bergbeekjes, overhangende rotsen en bomen en spectaculaire vergezichten. En als toetje van de dag vinden we ook nog eens één van de mooiste plekjes voor de nacht die we ooit gevonden hebben. Een piepklein zijpaadje van de bergpas waar we net op passen, met uitzicht over de Simien Mountains, volle maan die boven de bergen opkomt, prachtig helder weer en geen mens gezien!

Aksum, een duizenden jaren oude stad

De dag daarna start wat minder omdat de band die we bij Tim en Kim geplakt hadden toch weer lekgeraakt blijkt te zijn. Voor de zekerheid wisselen we de band maar en rijden verder door dit prachtige gebied. Ook deze weg wordt nu verbreed en gereed gemaakt voor asfalteren en dat betekent vaak oponthoud door allerlei tijdelijke omleidingen. Op twee punten moeten we zelfs lang wachten omdat ze met bulldozers de berg aan het wegschuiven zijn waardoor de weg tijdelijk bedolven is onder een metersdikke laag grond en stenen. Pieter en Stijn vinden het fantastisch om te zien, vooral als er enorme stenen van duizenden kilos het ravijn in denderen.

Na twee dagen bereiken we Aksum dat tussen 400BC en 600AC de hoofdstad was van het Aksumitische Rijk dat zich uitstrekte van Soedan tot en met het huidige Saoedi-Arabië en de handel in goud, ivoor, specerijen en slaven beheerste tussen Afrika, Azië en het Romeinse Rijk. Nu is Aksum niet veel meer dan een slaperig provinciestadje maar er zijn nog wat overblijfselen te zien uit die oude tijd waaronder de enorme en bijzondere grafzerken van de koningen. Ze doen een beetje denken aan de obelisken uit Egypte. Eigenlijk wonderbaarlijk dat hier zo’n verontwikkelde beschaving bestaan heeft waarover volgens mij niemand in Nederland ooit iets heeft geleerd in de geschiedenisboekjes. Wij vinden het in ieder geval reuze interessant (beetje Age of Empires in het echt voor de kids) en ook het museum is erg de moeite waard.

De kerkrotsen van Tigray

Vanaf Aksum rijden we in twee dagen naar Tigray waar net als in Lalibela in de rotsen uitgehouwen kerken zijn. Dit deel van Ethiopië is echt heel mooi. We passeren diverse bergpassen en mooie valleien waar iedereen druk in de weer is met de oogst van tef, de lokale graansoort waarvan injera wordt gemaakt. Met een klein snoeimesje wordt de tef geoogst en met koeien wordt het graan gedorst door ze erover heen te laten lopen. Bijna alle Ethiopiërs eten eigenlijk allen maar injera, een soort pannenkoeken die zuur smaken omdat ze de tef eerst dagen laten gisten met water en dan op een houtvuur op een aardewerken plaat bakken. Niet echt onze smaak dus.

De Tigray kerken zijn iets van vijftig kilometer van de hoofdweg gelegen en alleen bereikbaar via kleine, smalle maar mooie wegen. De kerken zijn hier weliswaar minder groot en mooi uitgehouwen maar de plaatsen zijn veel spectaculairder en ook veel meer verspreid. Veel van de kerken en kapellen bevinden zich op vrijwel ontoegankelijke bergtoppen en sommige zijn nog altijd permanent bewoond door monniken. Het is verplicht om een gids te nemen en dat is ook wel nodig ook anders zijn ze erg moeilijk te vinden. We ontmoeten in het dorpje Megab onze gids Gabriel die ons de twee dagen mee neemt naar drie verschillende kerken. De eerste dag bezoeken we de kerk Abuna Yemata Guh en dit is meteen de spannendste beklimming. Op blote voeten moeten de laatste twintig à dertig meter via een vrijwel loodrechte wand omhoogklauteren en vervolgens twintig meter over een richel lopen van minder dan een halve meter breed maar dan wel met een steile afgrond van driehonderd meter diep eronder. En natuurlijk geen hekjes, touwen of andere hulpmiddelen. Wel zijn er gaten in de wand gemaakt waar je je voeten en handen in kunt steken. Het uitzicht is fantastisch en ook de kerk is indrukwekkend. Niet groot maar wel mooi uitgehouwen en beschilderd en dat al zo’n 1500 jaar geleden! In een nis naast de kerk worden baby’s gedoopt en vlak ernaast al honderden jaren de doden opgeborgen uit het dorpje onder de berg en dit maakt natuurlijk wel indruk. De laatste lijken hebben nog wat doeken om zich heen gewikkeld maar voor de rest zijn het beenderen en schedels die je ziet.

’s Avonds worden we bij de familie van Gabriel uitgenodigd voor de avondmaaltijd. We parkeren Kasa in een akker vlak bij het huis. Het is net die avond een feestelijke avond ter ere van de Maagd Maria waarbij mensen vanuit heel de omgeving naar dit dorp komen om de nacht en dag te komen bidden in de kerk. Gabriels vader is priester in één van de kerken en daarom komen er aardig wat mensen langs. Het precieze doel is ons een beetje ontgaan maar het leek ons vooral ook een sociaal gebeuren waarbij iedereen bij elkaar injera gaat eten en tej (gefermenteerde honing of iets dergelijks) en koffie gaat drinken. Ook wij mogen mee-eten en alles proeven en eerlijk gezegd smaakte het allemaal heel goed. Vooral de koffieceremonie is altijd iets bijzonders om te zien omdat de koffiebonen op een houtskoolvuurtje worden gebrand en daarna gestampt. De vrouwen doen zoals meestal in Afrika al het werk en de mannen zitten eigenlijk alleen maar tej te hijsen. Als dank geven we de zus van Gabriel een kilo suiker die daar echt heel blij mee is want suiker is op dit moment bijna niet te krijgen in heel Ethiopië. We slapen die avond heerlijk terwijl de duizenden blikken hangers die hangen aan de dakgoot van de kerk naast ons vrolijk tingelen in de wind.

De dag daarna beklimmen we een andere berg waar we twee kerkjes bezichtigen. Wederom een prachtige wandeling en soms echt klauteren en als beloning twee heel bijzondere kerkjes, Maryam Korkor en Daniel Korkor. De eerste is verassend groot, compleet met zuilen en de gebruikelijke fresco’s van alle heiligen, de apostelen, etc en de tweede is heel klein klerkje maar wel superspectaculair gelegen boven een loodrechte afgrond van 400 meter. Je moet hier echt geen hoogtevrees hebben.

IJskoude nacht

‘s Middags nemen we afscheid van Gabriel en gaan weer op weg naar de doorgaande weg. Opnieuw iets van twee uur hobbelen over een kleine piste waar nauwelijks verkeer is. Eenmaal weer op de hoofdweg schiet het wat meer op en even na Mekele, als het bijna donker is, parkeren we de auto naast de weg bij een oude afgraving. Een rustig plekje waar niemand ons lastig valt. Twee jongetjes komen langs en we geven ze een paar pinda’s.  Als het donker is verdwijnen ze naar hun huizen vlakbij. De twee dagen erna zijn lange rijdagen maar we genieten van de omgeving. We hebben steeds geluk met het vinden van overnachtingsplekjes. De laatste stop voor Addis vinden we vlak nadat we een echte tunnel zijn gepasseerd (compleet met allerlei tunnelinstallaties zoals een paar lampen en ventilatoren!) zelfs een idyllisch plekje langs een bergbeekje. We zitten dan op 3025 meter hoogte, ongetwijfeld onze hoogste plek voor de nacht deze reis. Het is ook te merken aan de temperaturen, het is ijskoud, we slapen onder alle dekens die we bij ons hebben.

Friet en kroketten in Wim’s Holland House

De laatste etappen naar Addis Abeba verloopt voorspoedig omdat de weg langzaam daalt en steeds vlakker en breder wordt. Er komt ook steeds meer verkeer op de weg en dan arriveer je plotseling in een grote stad waar opeens weer normale auto’s rijden en niet alleen oude vrachtwagens en afgetakelde jeeps. We rijden het centrum in en na enig zoeken vinden we vlak bij het oude treinstation het ‘Wim’s Holland House’. Het bestaat pas een paar jaar maar is nu al een punt waar alle overlanders langs komen en voor Nederlanders zoals wij zelfs extra bijzonder omdat er frikadellen (indien voorradig) en kroketten geserveerd worden.

Zodra we de auto geparkeerd hebben gaan we dus ook meteen frietje mayo en kroketten bestellen, wauw. Jochen en Dorothee zijn hier inmiddels ook al en ook Kosta en Katrijn komen één of twee dagen later opdagen. We hebben afgesproken om met zijn drieën de Omovallei-Turkana route te gaan volgen naar Kenia. De volgende dagen gebruiken we om heel wat school te doen, de voorraden aan te vullen, visa’s voor Kenia te regelen en onze band opnieuw te plakken. Na een paar dagen komen ook John en Calvin aan en dan is de gang weer compleet. Samen met nog een paar karakteristieke overlanders waaronder de gepensioneerde koeieboer Peter (Link) uit Tasmanië die hier na vele jaren per BMW-motorfiets de wereld bereisd te hebben hier zijn reis eindigt en de Zuid-Afrikaanse Tamin (XXX) die in haar eentje per Toyota Landcruiser Afrika doorreist hebben we heel wat gezellige avondjes. Met Wim zelf, de eigenaar, gaat het niet zo goed. Hij is net terug uit Nederland voor allerlei onderzoeken omdat hij steeds flauwvalt. Omdat er in Nederland niets gevonden kom worden is hij net terug in Addis maar al na een paar dagen krijgt hij weer last van toevallen. In het ziekenhuis in Addis denken ze dat er een vernauwing zit in de halsslagader en daarom gaat hij nu weer terug naar Nederland in de hoop op een operatie.

Alle foto's op een rijtje:

153