17 Oeganda

26 mei 2012 – 10 juni 2012
Laatste schooldagen


Terug in de bekende vuilnisbelt

Na de gebruikelijke grensperikelen zoals carnet afstempelen, visa’s regelen, roadtax betalen en geld wisselen is het al bijna donker als we Oeganda binnen rijden. Vanuit het keurige aangeharkte Rwanda rijden we meteen weer de bekende vuilnisbelt in met overal afval op straat, loslopende dieren, potholes, ontbrekende putdeksels, verstopte watergoten en irritante jongetjes aan de spiegels. Maar ook weer de vrolijke Afrikaanse muziek en gezellige eettentjes langs de kant van de weg.

Half in het donker rijden we naar Lake Bunyonyi dat maar iets meer dan dertig kilometer verderop ligt. Er is bij dat meer een overland-resort waar ook de commerciële overlandtrucks stoppen. Het laatste stuk in het donker is nog best even lastig omdat het een smal bergpaadje naar boven is. Het meer ligt namelijk op bijna 2000 meter hoogte. Het is aardig druk als we aankomen, zo druk dat wij onze auto verderop langs het meer moeten parkeren. Helemaal geen straf blijkt achteraf want het is hier heerlijk rustig en we hebben hier geen last van de rumoerige bar met dronken Engelsen.

Toeristen uitmelken

De volgende ochtend giet het van de regen en besluiten we maar lekker uit te slapen. We waren van plan een beetje op het meer te gaan kanoën maar met dit weer is het echt geen doen. Ook blijkt dat ze de prijzen idioot hoog hebben gemaakt voor kanoverhuur. Het prijsniveau in Afrika lijkt steeds meer over de top te gaan. De paar toeristen die er komen worden zoveel mogelijk uitgemolken maar de prijs-kwaliteitverhouding is helemaal zoek. Tweepersoons kano kost 15 euro per halve dag. Voor een tweedaagse kanotrip over dit niet al te bijzondere meer vragen ze 110 euro pp … Het moet toch niet gekker worden… Voor de mensen in de overlandtrucks is het allemaal nog net te doen omdat zij vaak alleen reizen. Maar ook zij moeten 7 euro betalen voor een armzalig plekje om hun tentje op te zetten. Voor ons zou dat dus betekenen voor vijf personen 35 euro per nacht voor eigenlijk niet veel meer dan een parkeerplaats! Gelukkig krijgen we wel wat korting en omdat we ook een beetje willen uitrusten blijven we hier toch twee nachtjes staan.

Enorme kuddes olifanten op de evenaar

Vanaf Buyonyi rijden we deels via kleine gravelwegen verder naar het noorden. Het is een mooie route. Het landschap is afwisselend landbouw- en bosbouwgebied maar ook bergen en moerassen. Het weer zit niet al te veel tegen. Alleen halverwege de middag krijgen we een paar stortbuien over ons heen.

Tegen zonsondergang bereiken we het Queen Elisabeth National Park waar we transit doorheen rijden. Vanaf de bergen naar beneden rijdend zie je onder je de vlakke rif vallei opduiken met links Lake Edward en rechts Lake George en in de verte de toppen van de Ruwenzori’s. Erg mooi. Van boven af zien we een grote kudde buffels. Halverwege het park zien we enorme kuddes olifanten. Zoveel olifanten hebben we nog nergens in Afrika op één plek gezien. We passeren tientallen kuddes met ieder tientallen dieren. We schatten zeker vijfhonderd olifanten. Aan het eind van het park passeren we de evenaar, toch altijd weer een leuk moment. We durven niet in het park te bushcampen, dat mag echt niet. Dus zoeken we een plekje langs een nieuwe weg naar Congo die nog niet op onze kaarten staat. Op een zijweggetje van deze weg vinden we onderaan de hellingen van de Ruwenzori’s een rustig plekje voor de nacht.

Mierenhoop Kampala

De volgende dag rijden we verder naar het noorden. We rijden onderlangs de Ruwenzori’s, de hoogste bergketen van Afrika. Ooit werden ze de Mountains of the Moon genoemd. Het zijn zeer grillige bergen met op enkele pieken eeuwige sneeuw. De bergen zijn bijna het gehele jaar in nevels gehuld en ook vandaag is geen uitzondering. Af en toe hebben we geluk een glimp op te vangen van een bergtop en zien we sneeuw in de verte liggen. Vanaf Fort Portal buigen we af naar het oosten en rijden naar Kampala, de hoofdstad van Oeganda. We passeren vele grote door Indiërs beheerde thee-, koffie- en suikerrietplantages en af en toe een klein natuurpark.

Aan het eind van de middag bereiken we Kampala waar zoals altijd een grote verkeersopstopping is. Dat wisten we nog van onze vorige reis. Ditmaal doen we er ook maar liefst twee uur over om naar de andere kant van de stad te komen waar de Red Chilli Rest Camp is, een backpackers waar je ook kunt kamperen. Natuurlijk is het nooit leuk om in de file te staan maar zo af en toe, zeker in zo’n chaos als Kampala, is het ook wel weer een belevenis. Het verkeer wurmt via alle mogelijke kieren en steegjes door de stad, net een mierenhoop. Druk gebarende agenten proberen in de enorme uitlaatgaswolken op kruispunten en rotondes het verkeer in goede banen te leiden maar de meeste chauffeurs lijken zich er weinig van aan te trekken.

Wifi en snookeren

In de Red Chilli Rest Camp kunnen we bij een echte pizza en een grote pot bier bijkomen van de file. Verder is hier gratis Wifi, dus aan Janne en Pieter hebben we geen kind, die zijn de hele avond in de weer met Facebook. Stijn heeft een nieuwe passie ontdekt: snookeren. De lokale jongens vinden het schitterend om met Stijn te spelen en laat op de avond moeten we hem echt uit de bar wegtrekken. Het biljartlaken was al niet al te veel soeps dus geen probleem. Voor ons is het ook weer leuk om met andere reizigers te kletsen. Er zijn geen andere overlanders maar wel een paar groepjes backpackers.

We blijven een paar nachtjes staan bij de Red Chilli omdat we willen proberen in Kampala alvast het visum voor Soedan te regelen. We hebben namelijk gehoord dat dat hier vrij eenvoudig gaat. Het blijkt inderdaad te kloppen. Het kost weliswaar 125 dollar per paspoort maar zonder ingewikkelde zaken als aanbevelings- of uitnodigingsbrieven hebben we na 48 uur ons visum voor Soedan op zak. Intussen hebben we ook boodschappen gedaan en contact opgenomen met Wim en Monique die in Jinja wonen. Wim blijkt de komende tijd nog in Nederland te zijn maar we zijn van harte welkom bij Monique. Nadat we de visa hebben opgehaald bij de ambassade rijden we Kampala uit. Het is maar een paar uur rijden naar Jinja.

Negen dagen langs de Nijl om schoolwerk af te maken

Jinja is het plaatsje waar de Nijl begint als deze uit Het Victoriameer stroomt. Wim en Monique hebben hier een prachtige plek aan de Nijl en verhuren hier ook huisjes. Monique en de honden komen ons al tegemoet als we de poort binnenrijden. Het is weer heel bijzonder om hier na vier jaar weer terug te zijn. Het voelt echt een beetje als thuiskomen. Er is best wat veranderd de afgelopen vier jaar. Er zijn een paar huisjes gebouwd en het uitzicht is iets veranderd omdat de Nijl voor de ‘deur’ ingedamd is. We krijgen van Monique een overdekte safaritent tot onze beschikking compleet met prachtig uitzicht over de Nijl, een eigen keuken en een badkamertje. We parkeren Kasa naast de tent en de wielen zullen hier negen dagen langzaam gaan wegzakken in het gras. Zolang blijven we hier staan namelijk. Belangrijkste missie is om hier het schooljaar af te maken. Wat vooral betekent een heleboel afsluitende toetsen doen. De omgeving is ideaal. Lekker rustig en een eigen plekje met een grote tafel onder een afdak. Het regent namelijk bijna iedere dag. Behalve school lezen we ook veel boeken, doen klusjes aan de auto, spelen met de honden en kletsen en luieren we lekker. De jongens bouwen de ene na de andere lego-auto. En de was? Die gaat in de twee enorme wasmachines van Monique!

School is klaar: heel goed gedaan!

Dankzij het harde werken van de kinderen kunnen we na één week de schoolboeken in een grote doos doen en per DHL naar Nederland sturen. Die moeten namelijk weer op tijd op school ingeleverd worden. Alle toetsen hebben ze nu gedaan en zijn ingescand naar school gestuurd. Er moeten alleen nog wat boekverslagen gemaakt worden, maar dat kan de komende weken nog wel. We hebben ook al wat cijfers ontvangen van de afgelopen maanden en we hebben er alle vertrouwen in dat Pieter en Janne volgend jaar kunnen doorstromen naar het volgende schooljaar. Heel goed gedaan!

De eerste week vliegt om en we hebben een supergezellige tijd met Monique. We leren ondertussen ook een aantal van haar buren kennen. Omdat Nederland die zaterdag de eerste wedstrijd tegen Denemarken moet spelen voor het EK besluiten we nog een paar dagen te blijven. De TV en de schotel worden geïnstalleerd, er worden bitterballen gebakken, kaasjes gesneden en we versieren het terras met rode, witte en blauwe ballonnen. In het oranje gekleed gaan we er echt voor zitten en de wedstrijd bekijken Nou, wat aanvankelijk een makkie leek te gaan worden werd een dramatische wedstrijd. Veel kansen voor Nederland maar niets erin geschoten. We worden afgedroogd met 1-0. Dan maar van Duitsland gaan winnen over een paar dagen…ahum.

Nog zeven weken om thuis te komen

De volgende dag vertrekken we dan toch echt. Het valt niet mee om te vertrekken maar we moeten nu echt een beetje vaart gaan maken willen we over iets meer dan zeven weken thuis zijn! We nemen afscheid van de honden en bedanken Monique voor haar geweldige gastvrijheid. We hopen hier echt ooit nog eens op dit mooie plekje terug te komen. Na een paar uur rijden komen we al aan bij de grens met Kenia. De grens staat helemaal vol met vrachtwagens, velen staan hier al dagen te wachten, maar gelukkig kunnen wij er gemakkelijk langs rijden.

Alle foto's op een rijtje:

77